ruft
Uiterlijk
- ruft
- Uit Middelnederlands ruftich, ruchtich “luidruchtig”, verwant aan gerucht.[1] In de betekenis van ‘scheet’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1974 [2]
- [2] Leenwoord uit het Fries ruft.
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | ruft | ruften |
verkleinwoord |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord
de ruft m
- (spreektaal) (harde) scheet, wind
- (in Noord-Nederlandse dial.) luier, rift
vervoeging van |
---|
ruften |
ruft
- Het woord ruft staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ruft
- erfwoord Verwant aan Angelsaksisch rift “kleed, mantel, doek”, Oudnoords ripti “kleed”. [1]
ruft
- luier van stof, luierdoek
- «Te grut foar ruft en te lyts foar tafellekken. »
- Te groot voor servet en te klein voor tafellaken (gezegd van halfwassen meisjes en jongens).
- «Te grut foar ruft en te lyts foar tafellekken. »
- ↑ A.A. Weijnen“Etymologisch dialectwoordenboek” (2003), Sdu Uitgevers, Den Haag.
- ruft
ruft
- sterke verbuiging derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rufe
dihr ruft
- tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rufe (lokale variant)
- dihr rufe ww (lokale variant)
- dihr rufet ww (lokale variant)
- ihr rufe ww (lokale variant)
- ihr ruft ww (lokale variant)
- nihr rufe ww (lokale variant)
ihr ruft
- tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rufe (lokale variant)
- dihr rufe ww (lokale variant)
- dihr ruft ww (lokale variant)
- dihr rufet ww (lokale variant)
- ihr rufe ww (lokale variant)
- nihr rufe ww (lokale variant)
er, sie, es ruft
- derde persoon enkelvoud toekomende tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rufe
dihr ruft
- tweede persoon meervoud toekomende tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rufe (lokale variant)
- dihr rufe ww (lokale variant)
- dihr rufet ww (lokale variant)
- ihr rufe ww (lokale variant)
- ihr ruft ww (lokale variant)
- nihr rufe ww (lokale variant)
ihr ruft
- tweede persoon meervoud toekomende tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van rufe (lokale variant)
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Niet met deze vorm in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Spreektaal in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Fries
- Woorden in het Fries met audioweergave
- Erfwoord in het Fries
- Zelfstandig naamwoord in het Fries
- Woorden in het Pennsylvania-Duits
- Woorden in het Pennsylvania-Duits van lengte 4
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met audioweergave
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Pennsylvania-Duits